Bergen en dalen
28 november 2011
Onlangs bezocht ik Silicon Valley samen met een jonge Nederlandse technologieondernemer. Het doel was om inzicht te krijgen in hoe een technologiebedrijf kan worden ‘gewaardeerd’. Ik bedoel natuurlijk niet waardering in de zin van erkenning van iemands kunnen en weten, maar in de zin van financiële waardering. Dit belangrijke getal is verbonden aan het lot van de ondernemer en zijn bedrijf, want zijn financieringsmogelijkheden hangen daar sterk vanaf.
Een startend bedrijf gaat door een aantal fasen in zijn ontwikkeling. Financiering gaat aanvankelijk privé, via moonlighting (een tweede job) wellicht, maar op een gegeven moment zal dat allemaal niet voldoende meer zijn. Het team moet worden uitgebouwd, materiaal gekocht, ontwikkeling opgeschroefd, enzovoorts.
Dan komt externe financiering om de hoek kijken. Dat kan met een banklening, maar een bank wil garanties. Bij een start-up kun je een dergelijke garantie niet geven. Er is geen omzet en de financiële balans is uiterst zwak. Ondernemers kunnen in grote problemen komen en zelfs failliet gaan wanneer leningen niet kunnen worden afgelost.
Een betere oplossing, een die van Silicon Valley heeft gemaakt wat het is, is het gebruik van geld afkomstig van een venture capital-bedrijf. Veelal wordt een dergelijke VC bemand door mensen die uit de business komen, de technologie kennen en producten ontwikkeld en verkocht hebben. Een VC verschaft ‘slim’ geld doordat deze naast geld ook raad en daad en contacten kan bieden.
Banken komen er pas in een latere fase aan te pas, namelijk bij de verkoop van een bedrijf. Een investeringsbank kan participeren door zelf een deel te financieren. De grote vraag bij zo’n transactie is: wat is het bedrijf waard? Dat hangt mede af van de fase waarin het zich bevindt. Bij de start is de waarde nihil. Naarmate de oprichters technologie ontwikkelen en een eerste prototype hebben, neemt de waarde toe. De waarde wordt bepaald door de inspanning en tijdsbesteding van de oprichters, het kapitaal verschaft door de VC en van de potentiële waarde in de markt.
Bij een investering door een VC wordt de zogeheten pre-money bepaald. Dit is de door de investeerder(s) gecreëerde waarde door hun persoonlijke en financiële inzet. Vervolgens financieren de VC’s het bedrijf met een bedrag. Samen met de pre-money levert dat de post-money. Een dergelijk proces kan zich een aantal rondes herhalen.
De post-money kan echter fluctueren. Als alles goed gaat, is er groei. Er kloppen meer klanten aan, het productaanbod wordt uitgebreid en de omzet neemt toe. Om te groeien, is meer kapitaal nodig, en dat is precies de reden waarom deze fase zo kritiek is. Als alle investeringen tot meer omzet en winst leiden, is er niets aan de hand.
Als de financiële resultaten achterblijven bij de investeringen, neemt de waardering echter af. De investeerders zitten in een catch-22. Als ze stoppen met investeren, zal hun bijdrage sterk eroderen. Als ze blijven investeren, wordt de kans niet groter dat het bedrijf overeind blijft. In beide gevallen verliezen de VC’s geld.
De les is dat een hightechbedrijf een goede waarde krijgt op het moment dat het bedrijf technologie heeft ontwikkeld, daarmee producten heeft gecreëerd en klanten aan zich heeft weten te binden. Dat is het ideale moment om een technologiebedrijf te verkopen. Met een relatief kleine investering kan toch grote waarde worden gecreëerd. Na dat punt in de ontwikkeling worden de bedragen veel groter, maar garanties op succes zijn er niet. Die bergen en dalen zijn de uitdaging en het lot van de ondernemer.
Cees Jan Koomen
Terug naar overzicht