
Achtergrond
Ieder embedded systeem zijn eigen Silverlight-smoel
Silverlight for Embedded maakt het mogelijk om applicaties onder Windows Embedded Compact 7 een modern uiterlijk te geven, waardoor het OS...

Silverlight for Embedded maakt het mogelijk om applicaties onder Windows Embedded Compact 7 een modern uiterlijk te geven, waardoor het OS...
De eerste klap is een daalder waard, weet ook Hans Clevers. In zijn eerste interview sinds bekend was gemaakt dat hij DWDD-president Robbert Dijkgraaf opvolgt bij de KNAW zei de wereldberoemde...

Met de Open GPS Tracker-app kunnen bezitters van een Android-telefoon hun route opnemen en op een kaart weergeven. Ondertussen hebben meer...
21 oktober 2011
In 2004 namen twaalf mkb-bedrijven het moedige besluit om vergaand kennis met elkaar te delen en een researchlaboratorium op te richten, zodat ze met hun beperkte middelen toch iets substantieels kunnen neerzetten. Ondertussen is Devlab uitgegroeid tot een expertisecentrum voor draadloze netwerktechnologie met verbanden richting het bedrijfsleven, de onderzoekswereld en het onderwijs. Een gesprek met directeur Lex van Gijsel over het bijzondere initiatief.
Het is de laatste vrijdag van september als we Lex van Gijsel spreken op zijn kantoor op de TUE-campus. Hij heeft ’s ochtends nog een gaatje in zijn agenda weten te vinden voordat de maandelijkse bijeenkomst losbarst van het Devlab-samenwerkingsverband, waar hij de dagelijkse leiding van verzorgt. De rest van de dag zal gevuld zijn met de bestuursvergadering, presentaties en de borrel, een belangrijke netwerkactiviteit voor het initiatief. ‘Als we het Devlab-verhaal vertellen, valt dat aspect er meestal buiten. Maar het hele netwerk met andere bedrijven, met universiteiten, met hoogleraren, met onderzoeksinstituten, dat is minstens zo belangrijk’, zegt Van Gijsel.
De kernfunctionaliteit is echter gezamenlijk onderzoek. De huidige elf leden van Devlab zijn allemaal mkb’ers die hun relatief kleine slagkracht voor research bundelen om een vuist te kunnen maken. De kennis die ze binnen het partnerschap ontwikkelen, kunnen de leden vervolgens vrij gebruiken. Het consortium richt zich sinds een paar jaar vooral op draadloze sensornetwerken. De binnen Devlab ontwikkelde technologie wordt ondertussen uitgeprobeerd in omgevingen uiteenlopend van seniorenwoningen tot kassen, en hogescholen en universiteiten gebruiken haar in hun practica.
Devlab ontstond uit de Devclub, een netwerk van zo’n vijftig bedrijven van de FHI voor de branche Industriële Elektronica. ‘Laat me de historie toelichten. Dan kan ik vertellen hoe het is ontstaan en dan weet je ook gelijk waaróm het is ontstaan’, steekt Van Gijsel van wal. ‘Die Devclub komt zo’n vier keer per jaar bijeen voor een excursie of een interessante lezing. Eén keer per jaar is dat uitgebreider in Lemmer, met één inhoudelijke dag gevolgd door een dag dat iedereen in zeilbootjes klimt. Ook zit er een overnachting bij met een avond aan de bar, je kent dat wel. Binnen die sfeer is het idee ontstaan om een researchlaboratorium op te zetten.’
‘Als je met een aantal bedrijven samen research doet en zelf aan technologie-innovatie doet, dan kun je een stapje voorlopen op bedrijven die dat niet doen’, gaat Van Gijsel verder. ‘Alleen voor mkb-bedrijven is het natuurlijk heel lastig om research te organiseren. Je bent daar te klein voor. Als je al een paar procent van je omzet kunt reserveren voor research, dan heb je daar een halve FTE voor. Daar komt niet zo heel veel significants uit. Maar als je het samen doet, creëer je kritische massa en begint het wat te betekenen. En dan kun je ook de juiste contacten leggen om researchinitiatieven van de grond te krijgen.’
In 2004 was de oprichting van de coöperatie Development Laboratories, kortweg Devlab, een feit. Twaalf mkb’ers van diverse pluimage en verspreid over het land waren de initiatiefnemers: Arcap, Betronic, Chess, Connect, Dizain-Sync, Mediatronix, NBG Industrial Automation, Protonic, Salland Electronics, Technobis, Van Mierlo Ingenieursbureau en Vitelec.
De redenatie klinkt logisch. Toch is het een vrij unieke constructie, denkt Van Gijsel. Niet veel bedrijven durven het namelijk aan om veel van hun expertise met anderen te delen. ‘Het idee heeft bij de Devclub een aantal jaren gesudderd, want het is niet iets waar je gemakkelijk ja tegen zegt. Je gaat in feite kennis delen met elkaar. Daar heb je wel een basis voor nodig van onderling vertrouwen; je zit in feite ook met je concurrent aan tafel.’
Belangrijke voorwaarde is dan ook dat het samenwerkingsverband uitsluitend aan de precompetitieve kant van de research zit. De focus ligt op het ontwikkelen van nieuwe principes en technologieën, niet op de applicatiekant, hoewel de lidbedrijven elkaar daar natuurlijk wel weten te vinden. De opzet bleek tot nu toe een goede basis om vanuit te werken. ‘Het is allemaal niet zo strak geregeld. Dat die kennis wordt gedeeld met alle leden is tot voor kort alleen maar mondeling afgesproken. Alleen omdat een aantal leden nu concreet bezig is producten te ontwikkelen met die technologie, hebben we het zwart op wit vastgelegd.’
Het bestuur bestond bij de oprichting uit afgevaardigden - doorgaans de directeur - van elk lidbedrijf. Op een gegeven moment begonnen de activiteiten van het initiatief echter flink te groeien: Devlab ging steeds meer partnerschappen aan met andere bedrijven en research- en onderwijsinstellingen, en de geldstromen namen navenant toe. Daarom ging het initiatief in 2009 op zoek naar iemand die de dagelijkse leiding op zich kon nemen. Dat werd Van Gijsel. Een erg spannende zoektocht was het niet. ‘Ze hebben gewoon plat een vacature gepubliceerd en daar heb ik op gereageerd’, lacht hij. ‘Ik was op dat moment op zoek naar iets anders, en toen ik dit las, leek me dat erg mooi. Wat je hier tegenkomt, is dat kleine bedrijven, grote bedrijven, studenten, hoogleraren allemaal met elkaar samenwerken. Dat leek mij zo’n fantastische gedachte, dus toen heb ik gereageerd. En het blijkt echt zo te zijn.’
Voordat hij directeur werd van Devlab, heeft Van Gijsel diverse functies in verschillende bedrijfstakken gehad. Na zijn studie elektrotechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven werkte hij bij het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) als ontwikkelaar en later projectleider. Daarna bekleedde hij functies als systeemarchitect en afdelingsleider bij Philips Medical Systems (nu Healthcare), was hij als zelfstandige actief in projectleiding en procesverbetring bij verschillende mkb-bedrijven en was hij vanuit Yacht Detachering projectleider bij ASML en Daf Trucks. ‘Mijn ervaring in de diverse bedrijfstakken helpt nu bij het samenbrengen van die verschillende culturen in de Devlab-formule’, meent Van Gijsel.
De focus op draadloze sensornetwerken is pas de laatste jaren gekomen. Bij de oprichting van Devlab stonden de oprichters voor de vraag op welke vlakken ze samen konden optrekken. Brainstormsessies met de centrale vraag: ‘Waar wil je over tien jaar staan als er geen belemmeringen zouden zijn?’ leverden een lange - en niet altijd even realistische - lijst ideeën op. Daaruit werden uiteindelijk enkele projecten gedestilleerd, bedoeld als kapstok voor het ontwikkelen van de technologie.
‘Een daarvan was het Atalanta-project, een elektromechanische vlinder met een spanwijdte van zo’n tien centimeter en flapperende vleugels. Die moet zijn eigen energie uit de omgeving halen of ergens tanken, er moet sensoriek aan boord zijn zodat hij een idee heeft van de omgeving, hij moet kunnen navigeren, hij moet kunnen communiceren met andere vlinders zodat ze in zwermen kunnen optreden. Dat is niet bedacht om dadelijk een vlinder te gaan vermarkten, maar om richting te geven aan het onderzoek. Op de weg ernaartoe doe je de innovaties die je kunt gebruiken’, legt Van Gijsel uit.
De projecten werden afgetrapt door promovendi en afstudeerders bij universiteiten - Devlab hengelde al direct contacten met een aantal hoogleraren binnen. ‘Maar toen er een paar jaar voortgang in zat, kwamen de draadloze sensornetwerken eigenlijk vanzelf bovendrijven als iets waarvan de Devlab-leden en een aantal hoogleraren vonden dat we daar verder op moesten inzoomen. Het komt eigenlijk voort uit de communicatie tussen de vlinders en het idee dat ze als zwermen moeten kunnen optreden. Samen met inspiratie vanuit het netwerk dat ondertussen was ontstaan rond Devlab heeft dat geleid tot een serie projecten rond draadloze sensornetwerken. En dan geïnspireerd op biologische systemen, hoe die zijn georganiseerd. Dat is een compleet andere manier van denken dan ingenieurs gewend zijn. Dat maakt het ook zo interessant.’
Vanaf dat moment verdween de Atalanta een beetje naar de achtergrond en gingen de medewerkers van de lidbedrijven de onderzoekskar trekken. Er werden verschillende projecten gestart en consortia gevormd tussen Devlab-leden en spelers daarbuiten: bedrijven, hogescholen, met name Fontys en Windesheim in Zwolle, universiteiten, vooral de drie TU’s en de VU, en onderzoeksinstituten zoals Holst, Roessingh R&D en de buren van het Esi. Devlab treedt in die projecten op als penvoerder en leden kunnen al dan niet meedoen. ‘Als je maar vaak genoeg groepjes hebt waarin uiteindelijk iedereen wel een keer meedoet, dan kruisbestuift dat elkaar. De kennis is immers voor alle leden beschikbaar, ook als ze in een deelproject zitten’, verklaart Van Gijsel. ‘We moedigen ze trouwens wel altijd aan om mee te doen. Dat is dé manier om kennis naar je bedrijf te halen.’
Voorlopig denkt Devlab met draadloze sensornetwerken vooruit te kunnen. ‘Afgelopen juni hebben we onze researchagenda weer uitgebreid afgestemd. Dan zie je wel nieuwe onderwerpen oppoppen, maar ook dat we voorlopig door moeten gaan met het focusgebied waarmee we bezig zijn.’
In de zeven jaar sinds de oprichting is de samenstelling van Devlab sterk veranderd. Van de oprichters zijn er zeven over: Chess, Connect, Mediatronix, NBG Industrial Automation (nu Sioux Electronics), Salland, Van Mierlo en Vitelec. Twee van de oprichters zijn in de crisis over de kop gegaan, de andere drie zijn afgehaakt. Daar staat tegenover dat Almende, ICY, Kitt en Nanosens zich erbij hebben aangesloten, waardoor het totaal toch uitkomt op elf. Elk lid betaalt één procent van de brutoloonsom als lidmaatschapsgeld. ‘We zijn niet heel actief op zoek naar nieuwe leden; we hebben niet de ambitie om heel groot te worden. Het zouden ook wel twintig leden kunnen zijn, maar het moet ook weer niet heel groot en log worden’, vindt Van Gijsel.
Ondanks de wisselingen vormt Devlab naar de buitenwacht toe één geheel, denkt Van Gijsel. ‘Dat is wel een voordeel. Je wordt niet gezien als een paar losse bedrijven maar echt als een organisatie met continuïteit erin. Onze bedrijven overlappen elkaar in hun expertisegebieden en markten, maar hebben ook verschillen. Daardoor zijn we steeds herkenbaarder geworden voor bijvoorbeeld de universiteiten, de subsidie-instanties en bedrijven als Philips.’ In april sloot Devlab een verregaande overeenkomst met Imec Nederland, onderdeel van het Holst Centre, om kennis te delen.
‘Met Devlab zien we ook dat er een kennisuitwisseling op gang komt tussen de universiteiten en de mkb-bedrijven. Van de universiteiten naar de industrie, dat is valorisatie, dat is bekend. Maar de weg de andere kant op is er ook, en we zien nu steeds meer dat we daar een rol in spelen. We zitten met die hoogleraren aan tafel om projecten te definiëren. Daardoor ben je ook samen aan het definiëren wat researchonderwerpen zijn voor de universiteiten. Vanuit ons zit daar automatisch marktkennis in. Dat is iets wat er op universiteiten minder is. Die circulatie willen we de komende jaren echt verder uitbouwen. We zien dat iedereen daar enthousiast over is. We hebben er laatst bijvoorbeeld over gesproken om draadloze sensornodes mee te geven aan een uitrukkend brandweercorps, dat ze dan ad hoc kan uitrollen in een onbekend gebouw (zie ook pagina 33, PE). De nodes moeten dan zelf uitvinden waar ze zich bevinden in het pand en informatie verzamelen over de omgeving, of ze kunnen een brandweerman in de gaten te houden. Je ziet dan dat de hoogleraren weer met allerlei onderwerpen aankomen waar je studenten en promovendi op kunt zetten.’
© Bits & Chips | Deze pagina op internet: http://www.bits-chips.eu/nieuws/interviews/bekijk/artikel/je-zit-in-feite-met-je-concurrent-aan-tafel.html