U bent hier:
  1. Home
  2. Nieuws
  3. Bekijk


Analyse

GCC viert zilveren jubileum

25 jaar geleden bracht Richard Stallman zijn vrije en opensource C-compiler uit. Sindsdien is GCC uitgegroeid tot een kracht van betekenis in de computerindustrie, waarmee vriend en vijand rekening...

Podium

Puzzelen op vijftigduizend GPS-metingen

Met de Open GPS Tracker-app kunnen bezitters van een Android-telefoon hun route opnemen en op een kaart weergeven. Ondertussen hebben meer...

Redactioneel

Het gat van Verhagen

De eerste klap is een daalder waard, weet ook Hans Clevers. In zijn eerste interview sinds bekend was gemaakt dat hij DWDD-president Robbert Dijkgraaf opvolgt bij de KNAW zei de wereldberoemde...

Column

Techniek ahoi, yeah yeah

15 februari 2012

Ik ben een aanhanger van producten. Zeker als ik ze kan vastpakken. Tot voor kort was dergelijke productliefde bedrijfseconomisch een beetje uit de mode. Producten waren onbelangrijk; net als hamburgers komen ze ergens vandaan, maar in Nederland kunnen we er niet meer in mee, was het adagio. Diensten, die hadden de toekomst. Best verfrissend om te zien dat de waardering voor het product en de techniek heel, heel langzaam weer toeneemt.

Echte producten staan terug in de belangstelling en zelfs ambachten leven op. Zo zag ik ook op het Jeugdjournaal een meneer bezig met ‘elektriek’, spoelen en schakelaars. En het Victoria and Albert Museum had onlangs een tentoonstelling getiteld ‘The power of making’. In Londen nota bene, centrum van de financiële wereld, waar services de klok slaan.

Maar wat is ambacht? Een Davinci-nabouwwedstrijd op Discovery Channel illustreerde het leuk. Er was de ‘artisanale’ timmerman die zich in het zweet werkte om Leo’s houten tandwiel keurig tandje voor tandje handmatig uit te frezen. Zijn ‘numerieke’ tegenstander voelde zich als een vis in het water met een machine die het benodigde tandwiel in een oogwenk uit een plank laserde. Zelf denk ik dat een stuk ouderwets vakmanschap en ervaring in numerieke en geautomatiseerde productietechnieken een gouden combinatie is.

Juist diegene die goed kan ‘integreren’ en de juiste tooling, methodieken en uitvoeringsstrategieën kan kiezen en toepassen in meerdere domeinen, is spekkoper. Soms kan het in hardware, soms in software en soms zelfs mechanisch, chemisch of natuurkundig. Of met allemaal. De technicus met een breed spectrum aan ideeën kan samen met anderen interdisciplinair bergen verzetten.

Uit ervaring weet ik echter dat tastbare producten moeilijk zijn, een lange adem vergen. Tegenslag op tegenslag en niks krijg je voor nop. Het is een worsteling en het vraagt al je creativiteit. Er is altijd wel iemand anders op deze grote aarde die aan een soortgelijk product of probleem werkt. Mogelijk dat daarom ook zovelen afhaken op productontwikkeling.

Kan dit verklaren waarom producten schijnbaar zo onpopulair zijn bij onze nieuwe generatie commerciëlen en entrepreneurs? Onlangs organiseerde de Limburgse investeringsbank Liof samen met de Rabobank en Vodafone een wedstrijd voor ondernemende studenten die een vliegende start wilden maken: Liof Yeah. het programma was als een soort show in heel Limburg op tv. Een supergoed initiatief, maar waarom waren er zo veel niet-unieke ideeën? Neem alleen al de winnaar: Big Deal, het idee om in parkeergarages, treinstations, winkelcentra en op andere locaties on demand voordeelcoupons af te drukken via een kiosk. Google eens ‘coupon printing on demand’, zou ik zeggen. Verder was er vooral veel dienstverlening, veel webspul en hier en daar het obligate toefje sociale netwerken. Allemaal ‘me too’. Slechts een flinke handvol van de 48 deelnemers had min of meer een idee rond een tastbaar product. Dat zegt meer over de student-entrepreneurs dan over de wedstrijd zelf.

Snappen doe ik het niet. Webideeën zijn makkelijk op te dromen, maar blijken meestal gestoeld op revenu-illusies ŕ la: ‘Als ik nu eens twee cent verdiende aan één procent van alle Facebook-gebruikers ...’ Dergelijke ideeën zijn helaas verdomd moeilijk rendabel te maken; in de VS spreken ze zelfs over een nieuwe internetbubbel. Kijken we wereldwijd naar de top vijftig van grootste bedrijven qua omzet, dan vinden we een bonte verzameling, waarbij IT zelfs in de minderheid is. De fascinatie rond het web bij de Yeah-deelnemers lijkt dan al snel zo oudbakken als een ‘She loves you (yeah yeah)’ van de Beatles.

Mogelijk dat we te maken hebben met een soort techniekvijandigheid, een techniekdedain in de trant van ‘daar hebben we een mannetje voor’ of - nog erger vind ik dat - ‘een Willy Wortel’. Gekoppeld aan een gebrekkig techniekbeeld en minne achtergrondkennis kan dit ervoor zorgen dat veel studenten blijven steken in goedbedoelde proefballonnetjes en wensdenken. Maar zelfs voor webideeën zijn technici nodig.

De toekomst voor goed onderlegde hardware- en softwareprofessionals ziet er zonnig uit. En als er dan enige expertise is die verder gaat dan één vakgebied, ontstaan professionals die goud waard zijn, met dito ‘emolumenten’. Ook internationaal hebben die kansen alom. Met een duit in het zakje van de demografie en de vergrijzing is een tekort aan ambachtslui voorgeprogrammeerd. Dat moet toch kansen bieden.

Joost Backus

Terug naar overzicht


Joost Backus beziet de hightech door een creatieve bril.


© Bits & Chips | Deze pagina op internet: http://www.bits-chips.eu/nieuws/bekijk/artikel/techniek-ahoi-yeah-yeah.html